STRENG MAAR RECHTVAARDIG
Frank Focketyn, Koen Mortier, Ray Cokes, Sien Eggers, Geoffrey Enthoven, Felix Van Groeningen, Barbara Sarafian, Tine Reymer, Christophe Dirickx, Hans Herbots, Jaak Boon, Wim Opbrouck, Fien Troch, Jan Verheyen, Adriaan Van den Hoof, Dominique Deruddere, Stany Crets, Bart De Pauw, Willem Wallyn, Patrice Toye , Chantal Pattyn, Frank Van Passel, Hilde Van Mieghem en vele, vele andere nationale en internationale gasten bogen zich in het recente of iets minder recente verleden over de nieuwe lichtingen Vlaamse en Europese kortfilms. Ook dit jaar vond het IKL een aantal door film gepassioneerde enthousiastelingen bereid hun licht te laten schijnen over de selectie. We maken alvast nader kennis met drie van hen: Matt Loyd, An Miller en Pieter van Hees.

Overzicht "redactioneel"

 

Matt Loyd werkt voor het Edinburgh filmfestival, in vele opzichten een bijzonder festival, al was het maar omdat het op één na het oudste ter wereld is: dit jaar werd de 62e (!) editie georganiseerd.
Hallo Matt! Kan je ons iets vertellen over jezelf en jouw relatie met kortfilm?

Wel ik ben oorspronkelijk afkomstig van de Engelse midlands en woon sinds een tiental jaar in Schotland. Tijdens deze periode heb ik met allerlei jobs gegoocheld als crew bij kortfilmproducties, hoofdzakelijk voor anderen maar ook enkele van mezelf. Ik werk sinds vier jaar als kortfilmprogrammator bij het Edinburgh International Film Festival, na twee jaar de langspeelfilms te hebben gedaan. Ik ben ook co-directeur van het Inverness Film Festival.
Kende je het Internationaal Kortfilmfestival van Leuven al?
De laatste jaren heb ik de Leuvense catalogus wel in handen gehad op een aantal buitenlandse festivals, maar dit wordt mijn eerste bezoek. Ik kijk er echt wel naar uit.
Wat maakt voor jou een kortfilm goed? Wat zijn je criteria?
Ik zoek naar films met een onafhankelijke visie, wat dat ook mag betekenen... Films die ideeën uitdrukken op nieuwe frisse manieren, die iets te vertellen hebben over het medium zelf. Dat is voor mij veel belangrijker dan een ‘tight script’, hoge productiekosten of goede acteerperformances. Ik hou van gedurfde mislukkingen.
Een bloeiende kortfilmsector en goede kortfilms zijn doorgaans een voorbode van een opleving in de filmsector in haar geheel. De trendspotter in ons vraagt zich af: welke landen doen het goed wat kortfilmproductie betreft?
Het is een interessante vraag. Zo konden enkele van ons in de kortfilmwereld een paar jaar geleden al de huidige internationale interesse in de Roemeense cinema voorspellen. Alhoewel, ik denk dat het verkeerd is naar een nieuwe nationale beweging uit te kijken. Ik ben meer geïnteresseerd in individuele filmmakers. Dat gezegd zijnde; Poolse shorts zijn de laatste jaren voor mij bijna nooit teleurstellend geweest. Daar broeit iets.


An Miller is geen onbekende op het kortfilmfestival. In 2000 speelde ze de hoofdrol in Billet-Doux, de kortfilm van Frauke Dierickx die dat jaar op het IKL bekroond werd met de Prijs van het Publiek. Een jaar later werd An, samen met Stany Crets campagnegezicht van het festival en speelde ze mee in het IKL festivalspotje. En vorig jaar speelde ze de vrouwelijke hoofdrol in Fernsehturm, de kortfilm van Alexander Van Waes die de Humo Award 2006 won.
Ben je vertrouwd met het kortfilmwereldje?

Goh, echt vertrouwd is misschien veel gezegd maar ik heb wel al in behoorlijk kortfilms meegedaan, dus ja, ik ken het wereldje wel.
Je bent lid van de IKL jury en zal dus je favorieten moeten kiezen. Wat zijn voor jou de belangrijkste criteria?
Het scenario komt voor mij op de eerste plaats. Een goed scenario is natuurlijk voor iedere film het belangrijkste en voor een kortfilm zeker ook. En je moet natuurlijk ook een goede regisseur hebben. Nu ja, het is moeilijk een criterium voorop te stellen. Iedere film is zo verschillend.
Met welke nieuwe projecten ben je op dit moment bezig?
Momenteel speel ik de rol van Mieke Maaike in een luisterspel dat een bewerking is van De Obscene Jeugd van Mieke Maaike in De Avonden. Binnenkort speel ik ook mee in een toneelstuk in het Bronkstheater en daarna beginnen natuurlijk de opnames voor Loft van Erik Van Looy.


 

 
Ook regisseur Pieter Van Hees heeft een sterke band met het festival. Zowat al zijn kortfilms zijn de revue gepasseerd en de meesten deden dat niet onopgemerkt. : twee maal kaapte een film van hem de Publieksprijs weg: Big in Belgium in 1997 en het legendarische Black XXX-mas in 1999. Dat jaar won hij ook nog eens de Prijs voor de Beste Videoclip. In 2000 tenslotte ging Penalty, een televisieproductie voor VPRO, in première op het festival. Daarna werd het even stil rond de man, maar binnenkort staat hij er helemaal terug, met twee langverwachte langspeelfilms.
‘Linkeroever”, je langspeelfilmdebuut, is zo goed als klaar. Tevreden van het resultaat?

Ja, maar het is een gigantische opdracht en perfect is het nooit... Langspeelfilm is toch moeilijker dan ik dacht. Kijk, ik heb zeven kortfilms gemaakt, plus een film van 50 minuten voor de VPRO. Dan denk je, ik begin het wel te kunnen. Maar dat is niet zo, bij langspeelfilm start je weer van nul. Film is emotie. Emoties laten werken in een verhaal van twee uur is iets helemaal anders dan in tien minuten. Het fijne is dat je continu nog bijleert. Zo vanaf de tweede helft van de draaiperiode voelde ik: het begint te komen, het begint me te lukken.
Je hebt al meteen een tweede film op stapel staan hoorden we.
Dirty Mind wordt een donkere komedie. Ook die film vertelt het verhaal van een relatie. Ik maak een trilogie, Anatomie van liefde en pijn. Linkeroever draait om het lichaam, Dirty Mind om het brein en A Love Supreme over de ziel. Die laatste zit nog midden het schrijfproces, daar kan ik dus nog niet veel over zeggen.
Waar zal je specifiek op letten tijdens het jureren? Wat vind je belangrijk bij een kortfilm?
Ik probeer zoveel mogelijk te kijken als gewone kijker. Niet zozeer technisch, niet van: wat deed je hier met de camera, hoe zit de sound design in elkaar? Het belangrijkste blijft: doet het me iets, komt het aan of komt het niet aan? Ook het genre doet er niet toe. Ik heb een brede smaak. Het criterium is: je denkt ‘all right’ of ‘dat zegt mij niks’. Da’s alles. Bijvoorbeeld, om in Vlaanderen te blijven, ik vind de kortfilms van Fien Troch heel goed. En die van Vincent Bal. Maar ook de video’s van Nicolas Provost. Dat zijn heel verschillende dingen. Een voordeel van België is dat we hier minder in vakjes denken in vergelijking met andere landen. In Engeland of Frankrijk zeggen ze vaak: dit is een komedie, dit een thriller. Wij gooien dat graag om.
Merk je dat momenteel ook bij de Vlaamse langspeelfilm?
Ik denk wel dat we goed bezig zijn. Voor mij is het heel fijn om -voor het eerst sinds lang- het gevoel te hebben dat ik met iets héél goeds moet komen aandraven om het gemaakt te krijgen. Ex-drummer, Een Ander Zijn Geluk, Small Gods: al die films bevatten jeugdzondes, ze zijn allemaal niet honderd procent top, maar ze hebben een identiteit. Heel fijn dat dit mijn generatie is. Die films zijn echt dingen van nu. Heel spannend wat er allemaal gebeurt. Neem nu ‘Dagen zonder lief’: die film gaat eigenlijk over niets maar het is zo goed gedaan! In het echte leven gaat het ook vaak over niks, maar dan zit er wel vanalles onder. Dat heeft die film heel goed gevat. Knap! En dat vind ik ook als jurylid belangrijk. Kan een kortfilm of langspeelfilm een eigen wereld oproepen? Dat is een belangrijk criterium. (IH & JS)